Fragmenten

Op deze pagina's vindt u fragmenten uit het boek Onbereikbaar Dichtbij.

De foto's zijn van Glenn Siegers Photography, met uitzondering van de foto van Frank Marcus, die is genomen door Marcel Verschuur.

KTZA b.d. Frank Marcus, Directeur Veteraneninstituut

"Het boek, dat voor u ligt, met verhalen van veteranen die als militair zijn ingezet in Nederlands-Indie en in Nieuw-Guinea, past naadloos in de laatste doelstelling van het Veteraneninstituut: het uitdragen en stimuleren van maatschappelijke bekendheid met en waardering voor de prestaties die veteranen in opdracht van politiek en samenleving hebben geleverd en de offers die daarbij werden gebracht."

Kol KLu b.d. Drs. Carel Banse, Voorzitter Stichting ECDef, initiatiefnemer

"....Onbereikbaar dichtbij. Is hij 'onbereikbaar dichtbij' geweest voor mij of ben ik 'onbereikbaar dichtbij' geweest voor hem?

Dit boek is  een 'hormat' aan mijn vader en  aan alle andere veteranen. Ik hoop dat het een bijdrage mag leveren aan onderling begrip. Zodat we er voor elkaar kunnen zijn. Opdat niemand hoeft te denken: Onbereikbaar Dichtbij."

Marty Picauly, Directeur SmartPLUS Resources, initiatiefnemer

"Uit diep respect voor hen, die hun leven hebben gegeven voor volk en vaderland en voor hen, die zich nog dagelijks inzetten voor de vrede, vrijheid en veiligheid van anderen."

Wies Groeneveld, eigenaar Tekstbureau Taalgras, redacteur

"Hoewel het boek uit is, geldt dat zeker niet voor de geschiedenis van en ervaringen in Nederlands-Indie en Nieuw-Guinea. Ik spreek de nadrukkelijke wens uit dat dit boek bijdraagt tot een beredder bekendheid met d geschiedenis van deze periode en met erkenning en waardering voor all veteranen die hun bijdrage lever(d)en aan vrede en veiligheid."

Wim Jilleba, veteraan, schrijver, dichter

Merdeka

"als de rijzende zon toch is ondergegaan
verbleekt door het licht van atoombommen
is Nippon geschoond van grootheidswaanzin
we zijn  vrij wordt in de kampen gemompeld

maar de vrijheid laat nog op zich wachten
wantrouwend blijven de gedoemden talmen
angst voor wraak beheerst hun gedachten
slechts gelatenheid heerst onder de palmen"

Ger de Jong, veteraan, Erevoorzitter VOMI-ZH

"Ik heb er geen spijt van dat ik toentertijd in dienst ben gegaan. Het heeft mij gevormd, tot wie ik ben geworden als man. Ik ben drie jaar en twee maanden weg geweest, het was goed zo... Wil nooit meer terug naar die plek, dat zou veel te emotioneel voor mij zijn. Alle slechte herinneringen die ik daar heb beleefd zouden weer terug komen. Ik denk niet dat ik dat zou aankunnen."

Joop Davids, veteraan

"David heeft vaak liggen woelen in zijn slaap. De spanning voor het onbekende tijdens de dienst vrat aan hem. Pas sinds enkele jaren kan Davids weer rustig slapen, mede omdat hij hulp heeft gezocht maar ook omdat er een veteranencafe is opgericht. Daar kan hij, samen met andere veteranen zijn verhaal doen. 'Mijn vrouw begon over de bombardementen in Nederland als ik iets vertelde over Indonesië. Ook mijn kinderen hadden geen interesse in mijn verhalen. Ze zijn pas wat meer geïnteresseerd toen het cafe werd geopend."

Piet Naaktgeboren, veteraan

"Ik heb een jaar in Soerabaja gezeten. We hadden her daar goed. Ik hoefde alleen maar wacht te lopen. Je kon daar ongewapend passagieren. Ik hoefde geen patrouille te lopen want voor patrouilles moest je meer in de kampong zitten. Ik werkte in een magazijn en moest soldaten voorzien van bijvoorbeeld schoenen, een nieuw geweer of een matras voor als ze in de stafbatterij logeerden. Na een jaar zijn we overgeplaatst naar Probolingo, een havenstad op Oost-Java.Daar lagen we in een voormalig klooster. In deze stad moest je wel gewapend met een karabijn passagieren als je de stad in ging."

Ad Musch, veteraan

"Zo'n oorlog kan veel met mensen doen. Het is belangrijk dat wij als inwoners van Nederland ons goed realiseren wat er in die tijd plaatsvond. Wie het verleden kent, begrijpt het heden beter."

Jaap van Dijk, veteraan

"..Het was zo prachtig daar. Een compleet andere cultuur. Ik voelde me er heel erg thuis. Ik ben ook gelijk de taal gaan leren. En dat heeft achteraf gezien erg in mijn voordeel gewerkt. Maar het bleef natuurlijk een oorlogsgebied. Toen we daar aan kwamen werden we met alle jongens in een zogenaamd beschermd kamp gezet. Diezelfde avond waren er al twee doden gevallen...."

Jan-Willem Versteeg, veteraan

"Ik heb er nooit een probleem mee gehad dat ik aanvankelijk niet als veteraan werd erkend, en dat de echte veteranen toch meer waren dan wij, maar waar trek je de grens? Moet iemand echt zelf in de vuurlinie hebben gezeten? Dat is een discussie waar je niet uit kunt komen. Er had een ongeluk kunnen gebeuren. De man naast mij op patrouille had een ongeluk kunnen krijgen en dood kunnen zijn. Maar dat had ook nier kunnen gebeuren. Dat heeft niks met veteraan-zijn te maken. Maar dan kom je wel met een trauma terug."

Eggo Kiewiet, veteraan, Voorzitter Stichting Veteranencafe Zwijdrecht

"Na de Tweede Wereldoorlog stuurde Indonesië jonge soldaten naar Nieuw-Guinea om ons aan te vallen. De jongens die ze stuurden waren soms nog jonger dan zestien jaar, ze wisten niet wat hen te wachten stond. Omdat ze over zee kwamen zagen we ze al van heel veraf aankomen, ze hadden geen schijn van kans. Voor ze aan land waren werden ze al neergeschoten. Aan Nederlandse klant sneuvelden er zo'n vierentwintig soldaten, van hen veel meer. Om dat te voorkomen sprongen ze later met parachutes vanuit vliegtuigen. Dit deden ze 's nachts waardoor ze of in de bomen belandden of geen idee hadden waar ze waren. 's Ochtends vonden wij ze dan, vaak waren de jongens zelfs blij door ons gevonden te worden, dan hadden ze tenminste eten en waren ze veilig."

Cees Walgaard, veteraan, Voorzitter Stichting Veteranencomite Dordrecht

"Er kwam vliegverkeer uit andere plaatsen van Nieuw-Guinea naar Biak, dus het was uitermate belangrijk voor de luchtvaart. Ook landde er eenmaal per week een vliegtuig uit Nederland op Biak, die kwam op zondag, dan was er weer post. Toen moest je met bandrecorders, brieven en telegrammen communiceren. Voor dienstcommunicatie was er ook morse. Dat was eigenlijk alles."

Frans de Bree, veteraan

"Alles in Nieuw-Guinea was anders dan we in Nederland gewend waren. Sorong ligt 1 graad onder de evenaar, dus in de tropen. De temperatuur was iedere dag hetzelfde, tussen de 28 en 32 graden met tropenzon. In de regentijd (de Natte Moesson) viel er veel regen in een hele korte tijd. Het verkeer reed links in plaats van rechts. Het eten was voornamelijk rijst of nasi als warme maaltijd. Slapen onder een klamboe tegen muskieten die malaria veroorzaken. Overdag gekleed in een t-shirt en korte broek, 's avonds in lange khaki broek en khaki blouse met lange mouwen, tegen insecten en muskieten."

Casper den Hollander, veteraan

"Mijn tweede halfjaar in Nieuw-Guinea was een stuk minder grandioos. We waren al vier weken op zoek naar infiltranten toen we in een hinderlaag liepen. Op dat moment begon mijn eerste en gelijk ook laatste vuurgevecht. Ze heftig zelfs, dat ik bijna een van mijn eigen mannen had neergeschoten. Helaas is mijn luitenant in datzelfde vuurgevecht wel gesneuveld, we begroeven hem in het dorp. Je kunt wel stellen dat het vuurgevecht het einde was van de spanningsboog. De gehele tijd op je hoede moeten zijn of er niet iemand achter je staat die je zou willen neerschieten, dit wens ik niemand toe."

Joop Hurkmans, veteraan

"Als jonge veteraan is het haast cruciaal om een praatje te maken met een oude veteraan. Ik zie dat jonge veteranen het eng vinden om te praten met oudere veteranen. Zelf zou ik het erg leuk vinden als een jonge veteraan een praatje met mij begint. Ik wil graag vertellen over mijn belevenissen."

Jos Boersma, veteraan

"De oorlog was eigenlijk al voorbij, het was klaar en iedereen kon naar huis. Maar er werd toch een patrouille uitgezonden, om onbekende redenen. Dat klonk erg verdacht. De troep liep in een hinderlaag en werd beschoten. Twee raakten gewond. Een hiervan was luitenant Moreu, die in zijn arm was geraakt. Het zag er niet erg uit, en ik dacht echt dat hij het gewoon zou halen. Ik heb uren lang naast hem gezeten op het bootje en heb hem geprobeerd te helpen....Uiteindelijk is hij naar het ziekenhuis afgevoerd en is hij toch overleden. Ik weet dat het niet mijn schuld is, maar zo voelt het wel. Het raakt me toch echt, diep van binnen. Er is iemand overleden die nog helemaal niet had gemoeten."

Cor van Loon, veteraan

"Toen ik de brief kreeg waarin stond dat ik tot veteraan was benoemd, was ik erg trots. Ik ben er nog steeds trots op om veteraan te zijn. In Nieuw-Guinea kocht ik een geborduurd schilderij, dat hangt nog steeds thuis. Ik ga iedere maand met veel plezier naar reünies voor veteranen. Regelmatig kom ik dezelfde jongens tegen. Als ik nu achttien was geweest, zou ik zeker weer het leger in gaan. Maar tegenwoordig is alles anders. Een gewone soldaat zou een praatje kunnen maken met de kapitein. Vroeger was alles veel strenger en was er veel discipline. Tegenwoordig lijkt alles wat losser te zijn."