Ereveld Vol Leven

Toespraak bij onthulling erekruisen Nederlands-Indie

Op 1 mei 2017 hebben bijna 500 representanten en meer dan 1.000 bezoekers letterlijk 'even stil gestaan bij een leven verloren door oorlog'. Op Ereveld Loenen is voor de derde keer de herdenking Ereveld Vol Leven gehouden met deze keer als thema 'Nederlands-Indie'. In dat kader zijn zeven erekruisen onthuld, die de verbinding zichtbaar maken met de zeven Nederlandse Erevelden op Java: Ancol, Candi, Kalibanteng, Kembang Kuning, Leuwigajah, Menteng Pulo, Pandu. Deze kruisen herinneren ons aan de prijs van vrede, vrijheid en rechtvaardigheid en aan de inzet van zovelen, die zich toen en nu daarvoor met grote toewijding en betrokkenheid hebben ingezet en agio steeds inzetten.

Bij de onthulling heb ik de volgende toespraak gehouden:

Dames en heren,

Mijn vader was veteraan. Carel Anton Banse: Indië-veteraan, Korea-veteraan en Nieuw Guinea-veteraan, geboren in 1929. Mijn vader heeft zijn ouders maar kort mogen kennen: toen hij 5 jaar was, stierf zijn vader; zijn moeder twee jaar later. Zijn broers Edward en Jacob kwamen in 1944 op zee om tijdens een transport naar Japan. Zijn enige zus Theresia overleed in 1951, twee dochters achterlatend. Pa was toen pas 21 en had zijn meest dierbaren verloren. De Tweede Wereldoorlog in Zuidoost Azië eiste een hoge tol. Mijn vader vond een tweede familie bij zijn Nederlandse en Molukse wapenbroeders in het Koninklijk Nederlandsch Indische Leger en later de Koninklijke Landmacht. Hij heeft zijn hele werkzame leven gestreden tegen onrecht en voor vrede, vrijheid en rechtvaardigheid.

Mijn moeder, Mathilde Cornelia Verstift, heeft met haar moeder en haar broertjes in Japanse interneringskampen moeten zien te overleven. Eerst gedwongen geïnterneerd, en na de capitulatie van Japan vrijwillig als bescherming tegen opstandelingen gedurende de Bersiap periode. Haar zussen, mijn twee tantes, bleven weliswaar buiten de kampen, maar ook zij hadden het niet gemakkelijk om te overleven. Mijn opa Adolphe Verstift werd gemobiliseerd, krijgsgevangen gemaakt en naar Japan afgevoerd om onder erbarmelijke omstandigheden en onder een wreed bewind te werken in de loodmijnen. In december vorig jaar had ik de eer het hem postuum toegekende Oorlogsmobilisatiekruis uit te mogen reiken aan zijn zoon George Verstift van inmiddels 82 jaar. Ere, wie ere toekomt.

Opa zag zijn geliefde gezin nimmer meer. Oma heeft nooit meer over hem gesproken….. Hen allen is groot onrecht aangedaan: ze zijn hun vrijheid kwijtgeraakt, hebben fysieke en psychische pijn geleden. Veel andere familieleden zijn van hun leven beroofd: de vrede is heel kostbaar gebleken.

Het verleden van mijn familie in Nederlands-Indië staat niet op zich. Naar schatting hebben ongeveer 2 miljoen Nederlanders hun roots in Nederlands-Indië of zijn daarmee verbonden. Velen van u zullen zich daarom in delen van die verhalen herkennen. Aan de andere kant blijkt dat velen niet bekend zijn met dit gedeelte van de vaderlandse geschiedenis, dat in veel opzichten nog steeds beladen is.

Vaak wordt gezegd dat de Nederlands-Indische gemeenschap, die in de jaren 40/50 en 60 naar Nederland kwam, zo lang, misschien te lang, heeft gezwegen over wat hen is overkomen. Ik denk dat het genuanceerder ligt: waar niet wordt geluisterd, wordt vaak gezwegen.

Juist door over deze periode van de vaderlandse geschiedenis te blijven praten, wordt terecht erkenning gegeven aan hen, die het hebben meegemaakt. Ook worden we ons daardoor weer en meer bewust van de diepere waarde van vrede, vrijheid en rechtvaardigheid. Door ons kwetsbaar op te stellen als verteller en als luisteraar herdenken we het verleden en geven we onze oorlogsslachtoffers, alle oorlogsslachtoffers, weer een gezicht. En dat is wat we vandaag met zijn allen doen hier op Ereveld Loenen.

Dames en heren,

In de jaren 40/50 en 60 hebben zo’n 300.000 Nederlanders, Indische Nederlanders, Molukkers en andere getrouwe bevolkingsgroepen hun moederland moeten verlaten. Zij hebben veelal per boot de oversteek naar Nederland gemaakt. Niet alleen de banden met hun (geboorte)land werden daardoor fysiek verbroken maar ook die met hen, die als gevolg van de oorlogshandelingen in verschillende periodes na 1940 het leven lieten en voor wie Nederlands-Indië altijd Nederlands-Indië is gebleven. Bijna 25.000 Nederlandse en Nederlands-Indische slachtoffers hebben hun laatste rustplaats gevonden op de zeven Erevelden op Java in het huidige Indonesië, die met zorg en grote toewijding worden beheerd door de Oorlogsgravenstichting.

De kruisen, die u hier ziet, zijn gemaakt in Indonesië door medewerkers van de Oorlogsgravenstichting en hebben dezelfde uitvoering als die op de Erevelden daar. Ze hebben de reis van Indonesië naar Nederland per boot gemaakt, zoals onze grootouders, ouders en velen van u. De opschriften geven de namen van de zeven Erevelden in Indonesië. Ik spreek ze met gevoelens van respect en eerbied uit:

Ancol

Candi

Kalibanteng

Kembang Kuning

Leuwigajah

Menteng Pulo

Pandu

De kruisen hebben grote symbolische waarde: ze representeren de verbroken, maar toch altijd aanwezige, verbinding met de dierbaren, die in Nederlands-Indische bodem zijn achtergebleven. Ze verbinden Ereveld Loenen met de zeven Erevelden in Indonesië. Ook wordt er een tastbare relatie gelegd tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog in het Europese gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden op 5 mei 1945 en het einde van de Tweede Wereldoorlog in het Aziatische gedeelte van het Koninkrijk, Nederlands-Indië, op 15 augustus 1945.

De kruisen symboliseren zo de verbondenheid van alle oorlogsslachtoffers. Er kan immers geen sprake zijn van een verschillende weging van het leed, het verdriet en de pijn van hen, die zijn geraakt door welke oorlogshandelingen dan ook.

Daarnaast herinneren de kruisen ons aan de prijs van vrede, vrijheid en rechtvaardigheid en aan de inzet van zovelen, die zich toen en nu daarvoor met grote toewijding en betrokkenheid hebben ingezet en zich nog steeds in zetten.

Maar de kruisen doen meer. Gisteren hebben mijn broer Jos - die nu achter het kruis van Menteng Pulo staat, waar onze opa rust - mogen ervaren hoe de kruisen ons in ons hart en in onze ziel raken. Dat de verbinding met onze vader, en via hem met de hele Indische geschiedenis, zo tastbaar dichtbij is. Niet ‘Onbereikbaar Dichtbij’, zoals ik het vaak gevoeld heb, maar ‘Bereikbaar Dichtbij’.

Door middel van een familieopstelling hebben we meer inzicht gekregen in de innerlijke strijd van pa Banse. Door over sommige dingen en voorvallen NIET te praten, heeft hij ons willen behoeden voor het verdriet en de pijn, die hij - en met hem zovelen onder u - heeft moeten ervaren. U heeft die last zo lang voor ons gedragen, met de beste bedoelingen. En het heeft gewerkt: voor onze vader om het draaglijk te maken en voor ons omdat we weerbaar zijn geworden. Maar het heeft ook een negatieve kant gehad: voor hem en voor ons. Pa was bereid die prijs te betalen en Jos en ik hebben gisteren – in een stralende zon, bij deze mooie, witte kruisen – begrepen wat het hem deed. En wat het met ons heeft gedaan.

Daarom, dames en heren, roepen de kruisen ons ook op om in het hier en nu verantwoordelijkheid te nemen voor de vrede, vrijheid en rechtvaardigheid, waarvoor zij - op wiens schouders wij nu staan - zo hard hebben gestreden. We zijn het hen verplicht om na te gaan wat we zelf doen om vrede, vrijheid en rechtvaardigheid voor anderen in onze eigen omgeving te bevorderen.

Dat is de reden om te blijven herdenken, dat is de reden om te blijven vertellen en dat is de reden om te blijven luisteren.

“Opdat zij met eere mogen rusten”